gedichten

De kaalslag

 

Krakend sneuvelt

onontkoombaar

heel het garnizoen

 

kleurt het slagveld

zienderogen

sap- en bladergroen

 

Slordig opgebaard

liggen de gevallenen

tussen vaart en dijk

 

Het gapend licht

nu onverlet

zet ze vreemd te kijk

 

Ik treur om de vergankelijkheid

die deze stramme helden

de tijd ontnam zich langer nog

zo fier te laten gelden

 

En waar een loden stilte

de overhand

zal krijgen

 

mis ik ontdaan

de stilte

van hun prachtig zwijgen

 

 

Geweten

 

Soms heb ik last van dwarrelstem

die fluisterzacht, als een gebed

gewag maakt van een grote fout

 

Die strelend langs bezwaar en weten

onstuitbaar zacht zijn boodschap

door elke verse dwaling douwt

 

Mijn dwarrelstem, een ijle ziel

die vol van feilloos weten

de halve waarheid moeiteloos

als leugen weet te meten

 

Die glimlachend om vals beklag

een veld met hoop kan rooien

en opgetrokken ijdelheid

een spiegel toe kan gooien

 

Soms heb ik last van dwarrelstem

wiens boodschap ik wel horen moet

daar de stem van het verstand-alleen

de waarheid vaak concessies doet

Paul was eigenwijs, nieuwsgierig, erudiet, scherp van tong, zacht van aard. Hij was wat de Engelsen noemen ‘a character’.

De dag na zijn sterven schreef ik – zoals ik ‘m had beloofd – een afscheidsgedicht.

Vlinderbloem

 

Diep in het groene loverlicht

ontpopte hij tot nieuw ornaat

Een flinterdunne kleurenpracht

van purper, zwart en goudbrokaat

 

Soms hoor ik in de schemering

van de volmaakte dagen

het vlinderzachte ruisen

van zijn vleugelslagen

 

Dan wenkt hij zacht

een zucht van troost

een schemerslagje licht

 

En tovert zo

ver hier vandaan

een lach op mijn gezicht

 

vrij naar ‘ Vlinderbloemland’ van Emma Bos

Wit, je ziet zo wit
en de dood in je ogen
vloekt zijn weg naar buiten
trekt ruwe strepen
langs het wit van je gezicht,
het wit van de lakens

Ga je al?
Of wacht je nog even?

Ga je al?
Of drink je nog van het licht
voor je je ogen sluit?

Dag, dag welterusten

 

Dag, dagA
welterusten

klein meidje met je poppenkar

Dag, dag

neem je kinderjaren mee

Zweef naar boven in het kielzog

van je oude kleuterklasje

hand in hand

in een lange rij van twee

 

Dag, dag

welterusten

mooi meisje met je gouden haar

dag, dag

neem je tienerjaren mee

pak je tranen en je dromen

waar niets van terecht zou komen

misschien kan

je er boven nog wat mee

 

Dag, dag

welterusten

jij moeder met je heldenhart

dag, dag

neem je huwelijksjaren mee

pak je liefde en je zorgen

en je hartstocht diepverborgen

misschien ben

je straks weer met z’n twee

 

Dag, dag

welterusten

klein vrouwtje met je grijze haar

dag, dag 

nu ga je weg van hier

neem uit de lange galerijen

waar je dagen stil gedijen

de allermooiste mee als souvenir